De publicatie van Project Perform 08/09 verschijnt medio januari 2009 online en is te verkrijgen bij Vlaams Cultuurhuis de Brakke Grond tijdens de Projectweek van Project Perform 08/09 in januari 2009.
Publicatie Project Perform 07
door drs. Elien van Riet
De bezoeker: een flaneur in de performance Where We Are Not -4-
Inleiding
‘Suddenly, I am no longer the author of these moments, nor the exclusive owner of these memories. Another body has received the warmth, another forehead the kisses and to whom were they really addressed remains an open question loaded with emotionality and tension.’ - Lina Issa[1]
Om bureaucratische redenen is de verblijfsvergunning van de Libanese beeldend kunstenares en performer Lina Issa niet verlengd. Vanwege deze state of exception is Issa niet in staat zelf naar haar geboorteland af te reizen. Ze laat auditie doen voor een plaatsvervanger. Ze stuurt Aitana Cordero, een Spaanse danseres en choreografe naar Libanon. Voor 10 dagen is zij Issa’s stand-in, boodschapper en documentatiemiddel. Cordero bezocht familie en vrienden van Issa. Over deze gebeurtenissen maakten zij een performance: Where we are not -4-.
De vraag of Cordero erin is geslaagd om Issa’s stand-in te zijn, is niet langer interessant. Of haar familieleden echt konden voelen dat Cordero’s aanwezigheid Issa in hun midden bracht, omdat Cordero haar gedrag feilloos wist te kopiëren, doet niet ter zake. Het feit dat ze er een performance van hebben gemaakt, overstijgt dit persoonlijke ‘drama’. De bezoekers van de performance transformeren dit persoonlijke experiment naar een gedeelde ervaring.
Daarnaast bestaat de performance uit drie kamers met daarin respectievelijk een televisie, een boek en de twee performers. De bezoekers wandelen hier als het ware doorheen. Tijdens de wandeling worden de bezoekers geprikkeld na te denken over politieke kwesties, culturele verschillen en de rol van het lichaam hierin. Dit uit zich in de volgende onderzoeksvraag.
Op welke wijze is de bezoeker aan Where We Are Not -4- te vergelijken met een flaneur bij wie een observeren in het denken verandert in een observeren en reageren met het lichaam?
Deze vraag wil ik onderzoeken aan de hand van de volgende subvragen:
- Hoe stimuleren de verschillende media tot het constitueren van de eigen ervaring van de bezoeker.
- Hoe de betekenis van de bezoeker als flaneur een verschuiving teweegbrengt van een observeren in het denken naar het observeren en reageren met het lichaam.
- Hoe speelt het lichaam van de toeschouwer hierin een rol?
De bezoeker: een flaneur
In zijn Kleine Filosofie van het Flaneren analyseert Walter Benjamin de flaneur. Benjamin is hierin geïnspireerd door de gedichten van Baudelaire . In zijn gedichten beschrijft Baudelaire hoe de stedelijke flaneur op gaat in de menigte. Volgens Benjamin is de man-uit-de-menigte echter geen flaneur, maar een voetganger.
‘Zeker, de voetganger die zich in het gedrang van de menigte stortte was er,
maar er was ook nog de flaneur, die speelruimte nodig heeft en zijn private
genoegens niet wil missen.’[2]
De flaneur is volgens Benjamin een onbekende die zijn weg zo kiest dat hij steeds te midden van de menigte blijft. Wie hij is, weet niemand. Iemand die ziet, maar door niemand wordt gezien. Anoniem flaneert hij door de straten. De flaneur blijft echter altijd over zijn individualiteit beschikken, terwijl de voetganger op gaat in de menigte. Hoe zeer de flaneur ook in de ban is van de buitenwereld, hij zal nooit zichzelf vergeten.[3]
De buitenwereld ontsluit zich voor de flaneur en maakt vervolgens deel uit van de binnenwereld.
In haar artikel The return of the Flaneuse reconstrueert danswetenschapper Lena Hammergren de term flaneur die lange tijd enkel op mannen betrekking had. Hammergren legt uit dat in de mogelijkheid van het bestaan van de vrouwelijke variant, flaneuses, de moderniteit wordt benadrukt. In haar reconstructie van de flaneur analyseert ze de rol van het lichaam.
Ze beschrijft het terrein van een Stockholm kunstexpositie uit 1930 en de manier waarop de bezoekers als flaneurs over het terrein wandelen en daarbij observeren en reageren met het lichaam. De flaneurs zijn in haar ogen gender-performers.
‘Instead of merely mirroring their surroundings, they are all communicative
bodies engaged in a process of creating and recognizing themselves “through the
sharing of narratives which are fully embodied”.’[4]
In dit artikel wordt het flaneur-model van Benjamin toegepast op de toeschouwer. Net als de flaneur stort de bezoeker zich in de performance. Zij maakt deze de buitenwereld tot binnenwereld, waarin zij haar eigen speelruimte en private genoegens kan behouden. Zij wandelt door de performance, laat zich meevoeren, maar behoudt haar individualiteit. Hoe constitueert de bezoeker de eigen ervaring in het corporeal: het levende lichaam in het hier en nu?
Hierbij wil ik kijken naar de dialectiek van het zien. Aan de ene kant kijkt de bezoeker naar de performance, maar aan de andere kant wordt er ook naar de bezoeker gekeken. Op welke manier raakt de toeschouwer betrokken in het verhaal van Lina Issa en Aitana Cordero? Hoe is dit terug te zien in het lichaam van de bezoeker? In hoeverre brengt de performance een verandering teweeg in een observeren in het denken naar een observeren en reageren met het lichaam?
Representatie in de performance
De performance speelt zich af op locatie. Een deel van een theaterzaal dient als transitieruimte tussen de openbare ruimte en drie performancekamers in. De drie ruimtes dienen normaliter als techniekkabinetten, maar zijn omgebouwd en geheel in dienst van de performance gesteld.
Alvorens het publiek de eerste kamer betreedt, krijgt het een uitvoerige instructie van een vooraf geïnformeerde medewerker. Deze vertelt in welke volgorde het publiek de kamers dient te bezoeken, hoe lang ze wordt geacht in de kamers te verblijven: acht minuten in kamer één, twaalf minuten in kamer twee en vijftien minuten in kamer drie. De medewerker maakt het publiek duidelijk dat ze zelf de tijd moet waarnemen en aan de hand daarvan moet handelen zonder gebruik van horloge of telefoon. Na de instructies is het tijd voor actie: het publiek wandelt nieuwsgierig de eerste kamer binnen.
Nota bene bestaat het publiek meestal uit zeven individuen die elkaar niet kennen. Daaronder bevinden zich twee personen die vooraf geïnstrueerd zijn door Issa en Aitana. Deze zogenoemde implants hebben als opdracht het publiek te voorzien van achtergrondinformatie over het project.
Kamer 1
In de eerste kamer staan zeven stoelen gereed waarop de toeschouwers plaats kunnen nemen. Ze staan in een halve cirkel rond een televisietoestel geplaatst. Daarnaast brandt wierook. De bezoekers richten zich tot een versnelde video-opname van Issa en Cordero, wel te verstaan zonder geluid. Ze liggen op een platform met de hoofden spiegelsymmetrisch tegenover elkaar geplaatst. Ze hebben dikke jassen aan en zijn buiten, waar ze onderhevig zijn aan de wind. Ze praten, maar het publiek kan ze niet horen. Ondanks de vluchtig wapperende haren en bewegende monden is het een verstild beeld. Na enkele minuten gaat het publiek voorzichtig een conversatie aan met elkaar. Er wordt gepraat over de performance. De implants initiëren een groepsconversatie, waarin iedereen wordt geïnformeerd over de toedracht van de performance, namelijk de state of exception van Lina Issa.
De analyse
Het publiek maakt in de eerste kamer kennis met Issa en Cordero, dat wil zeggen met versnelde video-opnamen van hen, waarbij het geluid is weggelaten. Aan de ene kant lijken de wierook en opnamemateriaal een tijdloze dimensie voor te stellen. Een dimensie waaraan het publiek wordt uitgenodigd deel te nemen. Al starende naar het televisiescherm kan de bezoeker opgaan in de anonimiteit van de groep. De eigen gedachten hebben hier de vrije loop.
Aan de andere kant staat deze kamer niet toe dat de bezoeker zich geheel verliest in de aangeboden dimensie.
Zo manipuleert de versnelde tijd in de opnamen de subjectieve tijdsbeleving. Dit geeft direct een conflict met de gegeven instructies die enkel om de tijd draaien, waardoor het publiek extra op de tijd in het hier en nu gaat letten.
Daarnaast herinnert de aanwezigheid van de televisie en de zichtbare dvd-speler het publiek aan het waarnemingsproces. Ieder voor zich wordt zich bewust van de eigen manier van waarnemen, waardoor het afstand neemt van de aangeboden dimensie. Ook wordt op deze manier het medium zelf benadrukt. Deze vorm van hypermedialiteit zorgt ervoor dat het publiek binnen de dimensie zijn eigen ervaring constitueert.
Bovendien zorgt de kleine groep van zeven personen, die elkaar niet kennen, voor een verhoogd zelfbewustzijn van het publiek. Dit alles draagt bij aan een ongemakkelijke sfeer. Dat de toeschouwers elkaar beginnen te informeren, is daarom geen toeval.
‘Nou, er zijn nog geen zes minuten voorbij, of wel?’- ‘Nee, ik geloof het niet,
nee…’ – ‘Nee, we moeten nog even, haha.’ – ‘Dat zijn ze toch, niet? Daar op het
scherm.’
Een groep in een onbehaaglijke stilte doet er namelijk alles aan om deze te verbreken. Op deze wijze beginnen de bezoekers elkaar te informeren over het verhaal van Issa en Cordero. Bovendien zorgen de implants ervoor dat het gesprek op gang komt en voorzien zij de groep van informatie. Waarom is Cordero naar Libanon vertrokken? Wat heeft ze daar gedaan?
Kamer 2
Na een algemeen overeengestemde beleefde tijd van acht minuten wandelen de bezoekers naar de tweede kamer waarin ze een tafel met daarop een boek aantreffen. Voorzichtig neemt iedereen plaats aan de tafel. Iemand pakt het boek. Het boek gaat rond. Na één voor één door het boek te bladeren, begint iemand een passage voor te lezen. In het voorlezen van het boek komt de inhoud ter sprake. De implants zijn hiervoor verantwoordelijk. Ter tafel komen instructies van Issa aan Cordero, achtergrondinformatie over Libanon en persoonlijke aantekeningen. Langzamerhand komt er een gesprek op gang over allerhande zaken die in het boek beschreven staan. Na een beleefde tijd van twaalf minuten kan de eerste persoon naar de derde kamer vertrekken, waarop de groep moet wachten totdat deze persoon de de derde kamer heeft verlaten, dit aan de groep te laten weten door te kloppen op de deur van de tweede kamer en vervolgens de ruimte verlaat. Het kloppen werkt als vertreksein voor de volgende bezoeker. Op deze wijze stroomt de tweede kamer leeg en krijgt ieder afzonderlijk een persoonlijk kwartier de tijd in de derde kamer.
De analyse
Een context van een ronde tafel met daarop een boek, belicht door een laaghangend sober peertje in het midden van de tafel, zorgt voor een heimelijke sfeer in de tweede kamer. Het gesloten boek, dat qua vorm een dagboek belooft te zijn, de wierook uit de vorige kamer en de stilte versterken dit. De bezoeker weet echter ook dat dit ‘dagboek’ er ligt om bekeken te worden. Als gedwongen voyeur slaat het publiek het ‘dagboek’ open. Het is een boek vol herinneringen op meerdere niveaus.
In plaats van een televisie treft het publiek ditmaal dus een boek aan. Als medium herinnert het aan een tijd voor het digitale tijdperk, toen er nog geen sprake was van een beeldcultuur. Bovendien is het boek handgeschreven wat het medium een authentiek karakter geeft en de persoonlijke geschiedenis van de auteur benadrukt.
Daarnaast herinnert de inhoud van het boek aan de situatie in Libanon. In het boek staan instructies voor Cordero. Deze instructies gelden echter niet alleen voor Cordero. Ze nemen ook de bezoeker mee naar een ander land van veel geuren en heerlijke gerechten, ze herinneren aan inwoners met een sterk religieus bewustzijn en aan een labiel politieke situatie waar veel dreiging van uitgaat. De bezoeker dwaalt door Libanon, de herinneringen van Lina Issa.
De bezoeker kan echter niet opgaan in deze herinneringen, want er is meer aan de hand.
Zo moet de bezoeker bijvoorbeeld zelf voorlezen uit het boek aan de groep. Dit concept dwingt de bezoeker de woorden van Issa zelf uit te spreken in het hier en nu. De implants zorgen ervoor dat hierover gepraat wordt. Of het meepraat of niet, in het gesprek moet de bezoeker zich verhouden tot de inhoud van het boek.
Dit alles zorgt ervoor dat vanuit een geheel eigen kader de bezoeker een eigen verhaal construeert over de situatie in Libanon. Als een flaneur die door een stad wandelt en de stad be-schrijft. Zo kan de bezoeker door het boek wandelen, daarheen, waar zijn interesse en nieuwsgierigheid hem leiden.[5]
Kamer 3
Eén voor één treden de bezoekers de laatste kamer binnen. Bij binnenkomst ziet de bezoeker Issa en Aitana aan een tafel zitten, met daarop wederom een boek. Er staat één extra stoel voor de bezoeker. Cordero staat op en loopt naar de bezoeker toe. Ze geeft hem of haar een innige omhelzing. Vervolgens nodigt ze de bezoeker uit plaats te nemen aan tafel. Issa en Cordero leggen uit dat de bezoeker het boek open mag slaan op een willekeurige pagina en daarover vragen mag stellen. Na een beleefde tijd van vijftien minuten moet de bezoeker vertrekken, kloppen op kamer twee en uiteindelijk de performance verlaten.
De analyse
In de derde kamer wordt de bezoeker geconfronteerd met de performers zelf, in levende lijve. Bij binnenkomst van de kamer wordt de bezoeker innig omhelsd door Cordero. De bezoeker is geïnformeerd en weet dat het hier om een choreografe gaat. Hierdoor komt de nadruk direct op het lichaam komt te liggen. Er staat letterlijk niks tussen de performer en publiek in. Is hier toch sprake van representatie?
Aan de ene kant kan de toeschouwer opgaan in deze ervaring. Dit kan beschreven worden als een effect van immersie. Dit is een toestand waarin de aandacht zo intens is dat het bewustzijn van de ‘echte’ wereld verdwijnt en een gevoel van vreugde en bevrediging ontstaat. Immersie treedt op, omdat het mediatiseringsproces transparant is.[6] In deze kamer is namelijk geen televisie, geen boek dat de aandacht kan afleiden. Het enige medium dat hier geldt, is het lichaam.
Aan de andere kant werkt de aanwezigheid van de performers ook als een spiegel. De bezoeker wordt bewust van zichzelf en zijn rol als bezoeker. Dit wordt versterkt doordat er een beroep wordt gedaan op zijn of haar rol als initiator van de conversatie. Waar slaat de bezoeker het boek open? Waarom op die pagina? Wat wil de bezoeker vervolgens weten? Waarom wil de bezoeker dat weten?
Conclusie
De performance overstijgt het persoonlijke ‘drama’. De bezoekers van de performance transformeren dit persoonlijke experiment naar een gedeelde ervaring. Op welke wijze is de bezoeker te vergelijken met een flaneur bij wie een observeren in het denken verandert in een observeren en reageren met het lichaam?
De stappen van de video-opnamen naar een dagboek en vervolgens de ‘live’ aanwezigheid van de performers zorgen voor verschillende vormen van representatie. De bezoeker wandelt hier doorheen en kan de eigen gedachten de vrije loop laten.
Echter, de bezoeker wordt ook sterk bewust van zichzelf en wordt geactiveerd te reageren op de performance.
In deze bewustwording vindt er binnen de bezoeker een verschuiving plaats van non-identiteit naar subjectiviteit. Deze verschuiving is nodig om net als de flaneur de buitenwereld tot binnenwereld te maken. De kamers van de performance staan op deze manier metafoor voor de vertrekken in het lichaam van de bezoeker waar de eigen gedachten de ruimte hebben. Alleen door de bezoeker uit te nodigen in de intieme sfeer en het vrij te laten om zelf vragen te stellen, kan de bezoeker de situatie van Lina en Aitana delen en hieruit een eigen verhaal opmaken. Zodoende vindt er continue een herdefiniëring plaats van de relatie tussen performer en bezoeker, waarin de bezoeker net zo veel als de performer de performance kan sturen.
Tot slot wordt het publiek heel bewust van het eigen lichaam door een innige omhelzing met Cordero, met tegelijkertijd het besef dat dit een choreografe is. Een gedwongen fysiek contact dat fijn, maar ook beangstigend kan zijn. Grenzen tussen publiek en performer worden letterlijk doorbroken.
Bovendien zorgt de fysieke aanwezigheid van de twee vrouwen voor een verhoogd bewustzijn van het eigen lichaam. Ze werken als een soort spiegel. De bezoeker kan zich niet langer verschuilen achter de groep: van een non-identiteit wordt hier haar subjectiviteit benadrukt.
Het publiek wordt zich hierdoor bewust van het eigen lichaam dat net als Lina Issa en Aitana Cordero het stempel draagt van zijn persoonlijk bestaan. Het lichaam is vol herinneringen, die gedeeld kunnen worden of voor altijd geheim blijven.
[1] Issa, Lina. Where We Are Not -5-: Rehearsing absence/ presence of a cultural body. 2006.
[2] Benjamin, Walter. Kleine filosofie van het flaneren: passages, Parijs, Baudelaire. Vert. door Ineke van der Burg. Amsterdam: Uitgeverij Sua, 1992.p.100.
[3] Benjamin, Walter. Kleine filosofie van het flaneren: passages, Parijs, Baudelaire. Vert. door Ineke van der Burg. Amsterdam: Uitgeverij Sua, 1992.p.133.
[4] Hammergren, Lena. The re-turn of the flâneuse. Uit: Corporealities: dancing knowledge, culture and power. Red. Susan Leigh Foster. New York: Routledge, 1996. P.54-66.
[5] Weigel, Sigrid. Body- and Image-space: Re-reading Walter Benjamin. Londen: Routledge, 1996. P.96.
[6] Flow: the psychology of Optimal Experience door Mihaly Csikszentmihalyi, Harper Collins Publishers, 1991.